De pensioenregeling kent meerdere keuzemogelijkheden, die u onderling kunt combineren. De financiële consequenties van de keuzes kunt u berekenen met de
pensioenplanner. U maakt uw keuzes op het moment dat u met pensioen gaat, en u kunt ze aangeven op het formulier aanmelding deelname flexibele module pensioenregeling.
De keuzemogelijkheden zijn:
- kiezen van de pensioenleeftijd
- meer ouderdomspensioen in ruil voor minder partnerpensioen
- meer partnerpensioen in ruil voor minder ouderdomspensioen
- eerst meer, later minder ouderdomspensioen
- deeltijdpensioen
Kiezen van de pensioenleeftijd De standaard pensioenleeftijd in uw pensioenregeling is 65 jaar. U mag uw pensioen echter ook eerder of later laten ingaan. Op zijn vroegst kan het ingaan als u 60 wordt, op zijn laatst als u 70 wordt. Voorwaarde voor pensioeningang na 65 jaar is wel dat u blijft werken als predikant en uw kerkenraad daarmee instemt. Het is niet mogelijk na uw 65ste nog een nieuw beroep te aanvaarden.
Het moment waarop u uw pensioen wilt laten ingaan, heeft gevolgen voor de hoogte van de pensioenuitkering.
- Wilt u vóór uw 65ste met pensioen, dan gaat uw pensioenuitkering omlaag. U bouwt dan immers minder lang pensioen op, maar vooral: het pensioen moet over een groter aantal jaren worden uitbetaald. De verlaging blijft de rest van uw leven van kracht. Wilt u eerder met pensioen dan de standaardleeftijd van 65 jaar, dan moet u dat zelf melden bij het pensioenfonds, en wel minstens drie maanden voor de gewenste pensioendatum.
- Wilt u na uw 65ste met pensioen, dan wordt uw pensioen voor de rest van uw leven hoger. U blijft namelijk zolang u werkt pensioen opbouwen, en bovendien zal er korter uitgekeerd hoeven te worden.
Belangrijk: was u al deelnemer op 31 december 2004 en bent u deelnemer gebleven? In dat geval valt u onder een
overgangsmaatregel die ervoor zorgt dat u onder gunstiger voorwaarden vanaf 63,5 jaar kunt stoppen met werken.
Meer ouderdomspensioen in ruil voor minder partnerpensioen U kunt op uw pensioendatum het partnerpensioen geheel of gedeeltelijk ruilen voor extra ouderdomspensioen. Bij gedeeltelijke uitruil wordt het partnerpensioen verlaagd van 5/7e deel van uw ouderdomspensioen (de standaardsituatie) naar 3/7e deel. Heel belangrijk is echter: als u deze keus eenmaal heeft gemaakt, is er geen weg meer terug. Als u een partner heeft en u wilt voor deze ruil kiezen, dan heeft u daarom schriftelijke instemming van uw partner nodig.
Als u op uw pensioendatum geen partner heeft, ligt het voor de hand te kiezen voor volledige ruil. Er is dan immers niemand die voor het partnerpensioen in aanmerking kan komen. En als u na uw pensionering alsnog een partner krijgt, komt deze reglementair toch niet meer voor partnerpensioen in aanmerking.
Bijzonder partnerpensioen (het deel van het partnerpensioen dat is gereserveerd voor een ex-partner) kan niet geruild worden. Dit blijft altijd beschikbaar voor uw ex-partner.
Meer partnerpensioen in ruil voor minder ouderdomspensioen
U kunt er op uw pensioendatum voor kiezen dat het partnerpensioen en het ouderdomspensioen precies even hoog worden. Het partnerpensioen wordt dan hoger dan in de standaardsituatie, en daar levert u een deel van uw ouderdomspensioen voor in. Als u komt te overlijden krijgt uw partner dus de rest van zijn of haar leven een even hoge uitkering van het pensioenfonds als u gewend was te krijgen.
Eerst meer, later minder ouderdomspensioen U kunt er op uw pensioendatum voor kiezen om de eerste jaren na het bereiken van de 65-jarige leeftijd een wat hoger pensioen te krijgen in ruil voor later wat minder. We noemen dit een hoog-laag-constructie. De gedachte achter deze variant is dat veel mensen in de eerste jaren van hun pensionering behoefte hebben aan wat meer financiële armslag dan op hogere leeftijd.
Er zijn diverse mogelijkheden om te schuiven met de hoogte van uw pensioen, maar er zijn wel grenzen. U mag uiterlijk tot uw 70ste een hoger pensioen krijgen en het lagere pensioen mag nooit minder zijn dan 75% van het hogere pensioen. De hoog-laag constructie heeft geen gevolgen voor het nabestaandenpensioen. De keuze voor een hoog-laag pensioen is eenmalig en definitief.
Deeltijdpensioen Deeltijdpensioen houdt in dat u gedeeltelijk blijft werken als predikant en gedeeltelijk uw pensioen laat ingaan. U moet minimaal voor 33% van de volledige werktijd blijven werken en maximaal voor 80%. Het is mogelijk om het deeltijdpercentage na verloop van tijd te veranderen, zodat u in feite stapsgewijs kunt afbouwen. Tijdens uw deeltijdpensioen blijft u gewoon pensioen opbouwen, natuurlijk wel gerelateerd aan het aantal uren dat u werkt.
Deeltijdpensioen is alleen mogelijk als u met uw gemeente overeenstemming hebt over het werken in deeltijd. Ook moet de procedure voor wijziging van de werktijd zoals beschreven in ordinantie 3-17 worden doorlopen.