Hoe hoog uw predikantenpensioen wordt is afhankelijk van drie zaken: het aantal jaren dat u meedoet aan de regeling, de gemiddelde werktijd en uw laatste traktement (inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering) voordat u met pensioen gaat.
Niet uw hele traktement geldt als uitgangspunt voor de berekening van uw predikantenpensioen. Over een deel van uw traktement bouwt u geen pensioen op, omdat de AOW geacht wordt te zijner tijd daarin te voorzien. Dit deel noemen we de franchise. In 2008 bedraagt deze franchise € 19.137. U betaalt over dit bedrag ook geen pensioenpremie. Ook de suppletie, die u eventueel ontvangt in het kader van de overgangsmaatregel bij de invoering van de protestantse traktementsregeling per 1 januari 2005, telt niet mee voor de opbouw van uw pensioen. Over de rest van uw traktement, de zogeheten pensioengrondslag (dus uw traktement minus de franchise en suppletie), bouwt u wel pensioenrechten op. Ieder jaar dat u aan de regeling meedoet, geeft recht op 1,75% van de pensioengrondslag. Na 10 jaar heeft u dus een pensioen van 17,5% van uw pensioengrondslag, na 20 jaar van 35% en na 40 jaar 70%.
Op het moment dat u met pensioen gaat, wordt uw pensioenuitkering berekend over uw laatstgenoten traktement. Heeft u bijvoorbeeld na 30 jaar 52,5% pensioen opgebouwd, dan bedraagt uw pensioen 52,5% van uw laatste pensioengrondslag. Hoeveel uw traktement in eerdere jaren bedroeg, maakt dus niets uit. Uw pensioen groeit steeds met de verhogingen van het traktement mee. Dit systeem van pensioenopbouw noemen we een eindloonregeling.
Hoeveel pensioen u al heeft opgebouwd ziet u in uw jaarlijkse
pensioenoverzicht, de UPO. Dit overzicht laat ook zien op welk pensioen u uitkomt als u tot uw 65ste als predikant blijft werken. Dit laatste noemen we het bereikbare ouderdomspensioen. Bij de berekening daarvan gaan we overigens uit van uw huidige traktement en huidige parttime percentage. Als uw traktement in de toekomst stijgt, groeit uw pensioen automatisch mee. In werkelijkheid zal uw pensioen op uw pensioendatum dan ook van het genoemde bedrag afwijken. Maar hoe dichter u bij de pensioendatum komt, des te nauwkeuriger zal de prognose zijn.